De discussie over de apothekerstarieven spitst zich toe op de generieke (merkloze) geneesmiddelen. Deze maken overigens slechts een kwart van de totale geneesmiddelenkosten in Nederland uit. Al twaalf jaar declareren apothekers...
...wettelijke zogeheten Taxe-prijzen (minus 6,82%). De Taxe is een lijst met adviesprijzen, opgesteld door de geneesmiddelenfabrikanten, die niets te maken hebben met de werkelijke prijzen waarvoor de apothekers inkopen. Het verschil mogen de apothekers houden, sinds PvdA-staatssecretaris Simons in 1991 bedacht dat het hem geld zou schelen wanneer apothekers winstvoordeel konden weghalen bij fabrikanten. Dit systeem voldeed niet. Pas in 2000 echter besloot minister Borst, kennelijk uit onmacht, om "de regie" van de kostenbeheersing dan maar aan de zorgverzekeraar over te dragen. Die moest onderhandelen met apothekers om hen lagere formele tarieven te kunnen vergoeden, niet te verwarren met de prijs die de apotheker bij de leverancier kan bedingen. In de gezondheidszorg heb je namelijk formele (hoge) tarieven en echte (lage) prijzen. Van de gewenste structurele tariefsverlaging is niks terecht gekomen, merkwaardig genoeg omdat de zorgverzekeraars nooit werkelijk aan het onderhandelen sloegen. Daarom kwam minister De Geus met een variant waarbij een groter deel van de inkoopkorting aan die verzekeraars zou toevallen. De rechter echter vond die variant te complex en op onderdelen juridisch onhoudbaar.


