Stukje bij beetje wordt duidelijker hoe de rechters invulling zullen geven aan de Handhavingsrichtlijn intellectuele-eigendomsrechten. Deze nog niet in de Nederlandse wet geïmplementeerde richtlijn bevat onder andere een artikel over de vergoeding van de proceskosten. Ondanks dat de richtlijn nog niet geïmplementeerd is, lijkt het er op dat de rechters het er over eens zijn om nu al te beoordelen in de geest van de richtlijn.
Verhalen van proceskosten
De strekking van de bepaling is dat in een procedure, de verliezende partij de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten zal dragen, gemaakt door de in het gelijk gestelde partij, te beoordelen naar redelijkheid en billijkheid. Procedurekosten en rechtsbijstandkosten kunnen dus door de winnende partij verhaald worden op de verliezende partij.
In een aantal vonnissen van de rechtbank is de gedaagde volledig in de proceskosten veroordeeld. Op 8 augustus 2006 deed de rechtbank van ´s-Gravenhage een opvallende uitspraak in een kort geding.
Vork met drie tanden
Het betrof een octrooirechtelijk geschil, waarin Visser ´s-Gravendeel B.V. (´Visser B.V.´) rechthebbende was op een octrooirecht en meende dat HETO B.V. daar inbreuk op maakte. Het octrooi had betrekking op wijderzetvorken voor vorkheftrucks waarmee potten wijder uit elkaar kunnen worden gezet zodra de groei van de planten dit nodig maakt of dichter tegen elkaar aan gezet kunnen worden als ze klaar gemaakt worden voor transport. De omschrijving van het octrooi vermeldt dat de wijderzetvorken "tenminste drie tanden" hebben.
HETO B.V. heeft wijderzetvorken verhandeld in Nederland. Visser B.V. meent dat HETO B.V. daarmee inbreuk maakt op haar exclusieve rechten en vorderde naast staking van iedere verdere inbreuk tevens volledige vergoeding van de proceskosten.
Als verweer voert HETO B.V. aan dat het octrooi van Visser B.V. nietig is, aangezien de oorspronkelijke aanvraag niet de zinsnede "tenminste drie tanden" bevatte, en dit ook niet uit de oorspronkelijke aanvraag was af te leiden. Naar mening van HETO B.V. is deze zinsnede een ongeoorloofde toevoeging in de uiteindelijke tekst en moet daarom het octrooi van Visser B.V. nietig worden verklaard.
Uitspraak
De rechtbank honoreerde het verweer van HETO B.V. aangezien er een gerede kans bestaat dat in een bodemprocedure of oppositieprocedure bij het Europees Octrooibureau het octrooi ongeldig verklaard zal worden. Tevens werd Visser B.V. veroordeeld tot betaling van de volledige proceskosten aan HETO B.V.
Niet aangenomen kan worden dat de in de Handhavingsrichtlijn voorgestelde vergoeding van proceskosten zo geïnterpreteerd moet worden, dat deze slechts ten faveure van de rechthebbende van een intellectueel-eigendomsrecht kan worden toegepast. In de Handhavingsrichtlijn wordt er namelijk gesproken over "de verliezende partij" en "de in het gelijkgestelde partij".Wat hier dus is gebeurd, is dat Visser B.V., de eiser in de onderhavige procedure, in het ongelijk gesteld wordt, en daarom veroordeeld wordt tot het betalen van de volledige proceskosten aan HETO B.V.
Conclusie
Belangrijkste conclusie die getrokken kan worden uit deze zaak, is dat je als rechthebbende op een intellectueel-eigendomsrecht op grond van de Handhavingsrichtlijn volledige proceskostenvergoeding kan vorderen, maar dat het niet betekent dat je zelf niet veroordeeld kan worden tot het betalen van deze vergoeding. Want wie de bal kaatst...


