Tegenstrijdig belang bij bestuurders van vennootschappen wordt in de praktijk als een tamelijk ingewikkeld onderwerp beschouwd. Door de uitspraak van de Hoge Raad van 29 juni 2007 in de Bruilzaak bestaat hierover meer duidelijkheid. De Hoge Raad heeft bepaald dat de aanwezigheid van tegenstrijdig belang moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. In het verleden werd een abstracte toets gehanteerd, waardoor tegenstrijdig belang ook werd aangenomen zonder dat er daadwerkelijk sprake was van een ontoelaatbaar belangenconflict van de bestuurder. Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad in de Bruil-zaak wordt tegenstrijdig belang minder snel aangenomen.
Volledige tekst:


