Schenken een goede mogelijkheid om successierecht te besparen. Het principe van successierechtbesparing door middel van schenkingen is heel eenvoudig: Wie schenkt verkleint zijn vermogen en daardoor de toekomstige nalatenschap. Hoe kleiner de nalatenschap, des te minder is er successierecht verschuldigd.
Vaak willen ouders schenkingen doen aan hun kinderen om deze te vrijwaren van het betalen van successierecht. Soms wensen ouders echter de beschikking over de geschonken bedragen te behouden.
Als de ouders de beschikking over het geschonken vermogen willen behouden, is schenken door middel van schuldigerkenning een goede oplossing, ook wel ´papieren schenking´ genoemd. De ouder erkent een bedrag schuldig te zijn aan zijn kind, dat pas opeisbaar is bij het overlijden van de ouder. Uiteraard kan de ouder de schuld aflossen op ieder door hem gewenst moment, bijvoorbeeld bij verkoop van de onderneming of onroerende zaken.
Als de ouder op het moment dat hij komt te overlijden de schuld nog niet heeft afgelost, komt de schuld ten laste van de nalatenschap. De nalatenschap is kleiner dan wanneer de ouder niet geschonken had en dus is er minder successierecht verschuldigd. Zoals gezegd is civielrechtelijk sprake van een schuld die in mindering op de nalatenschap komt. Voor de heffing van successierecht wordt deze schuld in bepaalde gevallen echter toch gezien als een erfrechtelijke verkrijging, waarover successierecht verschuldigd is.
Om heffing van successierecht te voorkomen bij schenking door middel van schuldigerkenning zijn er twee mogelijkheden:
- De ouder betaalt aan het kind jaarlijks rente over de schuld. In beginsel dient een zakelijke rente vergoed te worden.
- De ouder betaalt geen rente maar lost de schuld af minimaal 180 dagen voordat hij overlijdt. Deze mogelijkheid houdt uiteraard een zeker risico in.
In het huidige belastingstelsel (dat in werking is getreden per 1 januari 2001) wordt de aantrekkingskracht van schenking door middel van schuldigerkenning vergroot. De schuld van de ouder aan het kind valt in box III en vermindert daar de grondslag voor de vermogensrendementheffing. Bij het kind valt de vordering op de ouder ook in box III en wordt daar belast tegen 1,2% (er wordt uitgegaan van een rendement van 4% en een heffing daarover van 30%).
Weliswaar is de door de ouder betaalde rente niet aftrekbaar, daar staat tegenover dat de door het kind ontvangen rente onbelast is. Wanneer de rente hoger is dan 4% wordt een onbelaste vermogensoverheveling gerealiseerd.
Voor minderjarige kinderen geldt dat het vermogen in box III bij de ouders belast wordt.
Een schenking door middel van schuldigerkenning dient vastgelegd worden in een notariële akte. Het jaarlijks opmaken van een notariële akte hoeft niet tot praktische problemen te leiden.


