Op 14 februari 2006 heeft de Eerste Kamer zonder veel discussie de Rijksoctrooiwet aangepast aan de Europese Richtlijn Handhaving Intellectuele Eigendomsrechten. De aanpassing leidt ertoe dat de octrooihouder nog beter gewapend is om inbreuk te bestrijden. Zo wordt duidelijk gemaakt dat de octrooihouder niet alleen inbreukmakende voorwerpen in beslag kan nemen, maar ook de productiemiddelen waarmee deze voorwerpen worden gemaakt. Dit is nog niet alles.
De octrooihouder kan ook een tussenpersoon aanpakken die niet zelf inbreuk maakt, maar wel diensten verricht die door de inbreukmaker worden gebruikt. Ook is een wettelijke basis opgenomen dat de octrooihouder van de inbreukmaker kan vorderen alle relevante informatie te geven omtrent de distributie en verkoopkanalen van de inbreukmakende voorwerpen. De wet voorziet ook in de mogelijkheid dat de vermeende inbreukmaker die toch zijn handelingen tijdelijk voortzet, dit alleen mag doen op voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld bijv. in de vorm van een bankgarantie voor vergoeding van de door de octrooihouder geleden schade. Tot slot kan de octrooihouder ook nog van de inbreukmaker vorderen dat de uitspraak op diens kosten wordt gepubliceerd of verspreid.
De wijzigingen zullen binnen afzienbare tijd in werking treden op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip. De aanpassingen leiden ertoe dat de octrooihouder tot de tanden gewapend iedere inbreukmaker te lijf kan gaan.


