Home | English | CMS DSB | CMS internationaal | Bestuur | Contact

Send a Friend

U kunt deze pagina naar iemand sturen door onderstaande gegevens in te vullen. De geadresseerde krijgt dan een e-mail met een hyperlink van deze pagina.

Het invullen van velden met een asterisk(*) is verplicht
 *
 *

 *
 *

Captcha

 *

 

Send a Friend

Uw bericht is verzonden.

Dank voor uw belangstelling!

CMS Derks Star Busmann

Nederlandse rechtsmacht beperkt in Europese octrooigeschillen (1)

Bron en datum:
Newsflash Intellectueel eigendom / ICT, 2006, nr. 7, 20 juli 2006
Auteur(s):
mr. N.C. Voortman

Octrooihouders kunnen in het bezit zijn van een Europees Octrooirecht. Dit is een octrooi dat bestaat uit een bundel nationale octrooien, die gelding kunnen hebben in die Europese landen waar de octrooihouder bescherming verlangt. De octrooihouder bezit dan meerdere nationale octrooien, die via een gemeenschappelijke verleningsprocedure zijn verkregen.
Inbreukmakers kunnen dus ook in meerdere landen tegelijk inbreuk maken op zo'n Europees octrooi. Bijvoorbeeld als verschillende onderdelen van één concern. Om deze grensoverschrijdende inbreuk tegen te gaan, moet een octrooihouder in ieder land waar zich de inbreuk voordoet een procedure starten. Door een recente uitspraak van het Europese Hof blijft deze situatie bestaan.

Spin in het web
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage bood in deze situatie uitkomst door zijn zogenaamde "spin in het web"-theorie. Deze theorie hield kort gezegd in dat als het hoofdkantoor van het vermeend inbreukmakende concern was gevestigd in Nederland, en vanuit dit kantoor een beleidsplan was uitgegaan, de Nederlandse rechter zich ook bevoegd achtte in een procedure waarin de andere buitenlandse vennootschappen van hetzelfde concern werden gedagvaard. De octrooihouder kon dus volstaan met een procedure in Nederland tegen meerdere vermeende nationale en buitenlandse inbreukmakers.
Deze theorie heeft geleid tot zowel binnenlandse als buitenlandse kritiek. Uiteindelijk besloot de Hoge Raad in de Primus/Roche zaak om deze theorie voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie. Op 13 juli j.l. heeft het Europese Hof uitspraak gedaan.

Primus/Roche
In de Primus/Roche zaak hadden de Amerikaanse ingezetenen Primus en Goldenberg een grensoverschrijdend verbod gevorderd jegens de Nederlandse vennootschap Roche Nederland B.V. en acht buitenlandse vennootschappen van het Roche-concern. Het ging om een vermeende inbreuk op 2 Europese octrooien.
Uitgangpunt in Europese zaken is dat een gedaagde wordt gedagvaard in het land waar hij gevestigd is. Op dit uitgangspunt wordt een uitzondering gemaakt door artikel 6 van de EEX-Verordening. Dit artikel bepaalt kort gezegd dat als er zich een situatie voordoet dat er meerdere gedaagden zijn en tussen de vorderingen tegen die gedaagden een zo nauwe band bestaat dat het van belang is om die vorderingen gelijktijdig te behandelen, om zo tegenstrijdige uitspraken te voorkomen, al die gedaagden voor één rechter gedagvaard mogen worden. Op grond van dit artikel 6 achtte het Hof 's-Gravenhage zich via zijn spin in het web- doctrine bevoegd.

Onverenigbare uitspraken
De achterliggende gedachte van artikel 6 EEX-Verordening is om onverenigbare uitspraken in verschillende landen te voorkomen. Indien dit gevaar dreigt, mag een rechter zich ook ten opzichte van buitenlandse gedaagden bevoegd achten.
Het Europese Hof heeft in zijn arrest met betrekking tot de zaak Primus/Roche echter duidelijk gemaakt dat er geen gevaar bestaat voor onverenigbare uitspraken, indien in verschillende verdragsluitende staten vorderingen worden ingesteld ter zake van inbreuk op een Europees octrooi. Dit geldt ook wanneer het gaat om vorderingen tegen gedaagden die tot hetzelfde concern behoren en op nagenoeg dezelfde wijze hebben gehandeld overeenkomstig een gemeenschappelijk beleidsplan dat is uitgegaan van slechts één van hen.

Alleen indien het zou gaan om een feitelijke en juridische identieke situatie zou artikel 6 van de EEX-Verordening toegepast kunnen worden. Het Europese Hof benadrukt dat de feiten in dit soort gevallen niet hetzelfde zijn nu de octrooi-inbreuken zich voordoen in verschillende landen en de gedaagden verschillend zijn. Daarnaast wordt gewezen op het feit dat nationaal recht moet worden toegepast van het land waar het octrooi gelding heeft en dit tot verschillende uitkomsten kan leiden.
De spin in het web-theorie kan door deze uitspraak van het Europese Hof niet meer worden toegepast. De houder van een Europees octrooi zal dan ook in ieder land waar zijn octrooi gelding heeft een procedure moeten starten tegen een vermeend inbreukmaker, ook indien de inbreuk op gecoördineerde wijze plaatsvindt door verschillende leden van hetzelfde concern.

Service
© CMS Derks Star Busmann 2007 | KvK 30201194 | Sitemap | Disclaimer | Privacy statement