Beleidsvoornemens
In de Staatscourant van 17 oktober jl. werd bekendgemaakt dat onze minister van Economische zaken voornemens is om de grondslag van het huidige taksenregime voor (Nederlandse) Rijksoctrooien te herzien. In het huidige systeem betaalt iedere octrooihouder vanaf het eerste jaar na verlening van het octrooi dezelfde instandhoudingstaks. Dit systeem zal worden vervangen door een systeem dat uitgaat van een vaste instandhoudingstaks voor een bepaald jaar na indiening van de octrooiaanvraag.
De octrooihouder dient ieder jaar een zogenaamde instandhoudingstaks te betalen om ervoor te zorgen dat zijn octrooi in stand blijft. Thans begint iedere octrooihouder na verlening van zijn octrooi op hetzelfde niveau met betalen van de eerste instandhoudingstaks. Dit wordt veroorzaakt omdat de eerste instandhoudingstaks die na de verlening van het octrooi verschuldigd is, een vast bedrag is dat niet afhangt van de verleningsduur van het octrooi. De nieuwe beleidsvoornemens gaan echter wel uit van het principe dat de hoogte van de te betalen taks is gekoppeld aan een bepaald jaar na indiening van de aanvraag.
Achtergrond
Aanleiding van deze wijziging is de verkorting van de taksenvrije periode van vier naar drie jaar, die in de beleidsvisie "Octrooibeleid en MKB" is aangekondigd. Aangezien instandhoudingstaksen pas verschuldigd zijn nadat het octrooi is verleend, heeft de verkorting van de taksenvrije periode van vier naar drie jaar alleen maar effect indien de verleningsduur van het octrooi binnen de taksenvrije periode valt.
Nederlandse octrooien worden door het Octrooicentrum Nederland (doorgaans) na een periode van 18 maanden verleend. De octrooihouder zal dan de eerste instandhoudingtaks drie jaar na indiening gaan betalen. Het Europese Octrooibureau verleent echter gemiddeld pas in het vijfde jaar na indiening van de aanvraag een Europees octrooi. Houders van Europese octrooien starten daardoor op een veel later moment met het betalen van de eerste instandhoudingstaks. Deze ongelijkheid zou er in resulteren dat houders van (Nederlandse) Rijksoctrooien veel meer instandhoudingstaksen zouden gaan betalen dan de houders van Europese octrooien.
Door nu de grondslag van de instandhoudingstaksen te wijzigen wordt deze ongelijkheid voorkomen. Dit wordt bereikt door de introductie van het hierboven beschreven systeem waarbij de hoogte van de te betalen jaartaks afhankelijk is gesteld van de indieningsdatum van de octrooiaanvraag. De Europese octrooihouder zal dan ook op het moment dat hij in Nederland instandhoudingstaksen moet gaan betalen, nu zijn Europese octrooi voor Nederland is gevalideerd, "instappen" op een hoger niveau, dan de Rijksoctrooihouder wiens octrooi reeds eerder in Nederland van kracht werd. De octrooihouder betaalt altijd een vaste instandhoudingstaks die is gekoppeld aan het aantal jaar na indiening.
In het beleidsvoornemen worden de volgende bedragen genoemd voor de instandhouding van een octrooi:
| het vierde jaar | € 40,= |
| het vijfde jaar | € 100,= |
| het zesde jaar | € 160,= |
| het zevende jaar | € 220,= |
| het achtste jaar | € 280,= |
| het negende jaar | € 340,= |
| het tiende jaar | € 400,= |
| het elfde jaar | € 500,= |
| het twaalfde jaar | € 600,= |
| het dertiende jaar | € 700,= |
| het veertiende jaar | € 800,= |
| het vijftiende jaar | € 900,= |
| het zestiende jaar | € 1.000,= |
| het zeventiende jaar | € 1.100,= |
| het achttiende jaar | € 1.200,= |
| het negentiende jaar | € 1.300,= |
| het twintigste jaar | € 1.400,= |
| het eenentwintigste jaar | € 1.600,= |
| het tweeëntwintigste jaar | € 1.800,= |
| het drieëntwintigste jaar | € 2.000,= |
| het vierentwintigste jaar | € 2.200,= |
| het vijfentwintigste jaar | € 2.400,= |
| het zesentwintigste jaar | € 1.300,= |
In de Staatscourant wordt benadrukt dat het om een beleidsvoornemen gaat en de uiteindelijk vastgestelde tarieven kunnen afwijken van de hierboven genoemde bedragen. Voor nadere informatie kunt u zich wenden tot het Octrooicentrum Nederland.


