Op 22 april heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem een uitspraak gedaan waaruit blijkt dat een op grond van artikel 19, lid 2 WRO verleende vrijstelling, waarvan geen gebruik is gemaakt vóór de inwerkingtreding van de nieuwe Wro, zijn werking zou hebben verloren. De Voorzieningenrechter is van mening dat een bouwaanvraag, die is ingediend ná 1 juli 2008 (datum van inwerkingtreding Wro), niet meer kan worden verleend met gebruikmaking van de vrijstelling die is verleend onder de werking van de oude WRO.
Volgens de Voorzieningenrechter is namelijk op de bouwaanvraag het recht zoals dat gold op het moment van de aanvraag van toepassing. Omdat in het overgangsrecht van de Invoeringswet Wro vrijstellingen op grond van artikel 19, lid 1 en 2 WRO - anders dan vrijstellingen ex artikel 15, 17 en 19, lid 3 WRO - niet zijn gelijkgesteld met ontheffingen in de zin van de Wro, moet voor bouwaanvragen die niet passen in het bestemmingsplan, opnieuw een projectbesluit of ontheffing worden verleend, ondanks het eerder verleende vrijstellingsbesluit ex artikel 19, lid 2 WRO.
Gevolgen voor bouwpraktijk? Als de lijn in deze uitspraak wordt gevolgd door de Afdeling bestuursrechtspraak dan kan dit grote gevolgen hebben voor de bouwpraktijk. Waarschijnlijk zal het zo'n vaart echter niet lopen. Het overgangsrecht bepaalt namelijk in artikel 9.1.10 Invoeringswet Wro het volgende:
"Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing ten aanzien van een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, waarvan het verzoek is ingediend voor dat tijdstip."
Daarnaast staat in de Memorie van Toelichting bij de Invoeringswet Wro:
"Ingevolge dit artikel blijft een met toepassing van artikel 19, eerste of tweede lid, WRO verleende vrijstelling een rechtsgeldig besluit, dat ook onder de Wro nog kan worden geëffectueerd. De nieuwe Wro bevat geen equivalent van dergelijke vrijstellingen. Indien een verzoek tot vrijstelling is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wro, wordt dit verzoek afgewikkeld volgens het oude recht.
Ten gevolge van artikel 9.1.4, tweede lid, van het onderhavige wetsvoorstel dienen in beginsel bestaande en in procedure zijnde artikel 19-vrijstellingen uiterlijk 10 jaar na inwerkingtreding van de Invoeringswet Wro in een bestemmingsplan op grond van de Wro te zijn opgenomen."
Het overgangsrecht staat er niet aan in de weg dat eerder verleende vrijstellingen geëffectueerd worden na 1 juli 2008. Dit houdt in dat verleende vrijstellingen ook na 1 juli 2008 onverminderd hun werking behouden en dus het effect kunnen hebben dat strijdigheden met het bestemmingsplan worden weggenomen.
Uitspraak Voorzieningenrechter juist?
Indien het oordeel van de Voorzieningenrechter juist is, dan betekent dit dat de overgangsregeling in de Invoeringswet Wro "inhoudsloos" is geworden. Wat is immers het nut van deze bepaling als vrijstellingsverzoeken van vóór 1 juli 2008 dienen te worden afgehandeld overeenkomstig het oude recht en je er geen gebruik van zou mogen maken? Er kan dus getwijfeld worden aan de juistheid van de uitspraak van de Voorzieningenrechter, omdat uit het overgangsrecht blijkt dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat verleende vrijstellingen hun waarde, ook na inwerkingtreding van de Wro, behouden.
Ook het ministerie van VROM is overigens van mening dat bouwplannen, waarvoor vrijstelling is verleend vóór 1 juli 2008 en waarvoor een bouwaanvraag is ingediend ná 1 juli 2008, kunnen worden vergund.
Om twijfels over de bedoelingen van de wetgever weg te nemen zal VROM voorstellen om in de tekst van de wet tot uiting te laten komen dat onder de oude WRO verleende vrijstellingen ook ná 1 juli 2008 nog tot een besluit tot verlening van een bouwvergunning in overeenstemming met die vrijstelling kunnen leiden. Deze wijziging zal worden meegenomen in de aangekondigde Crisis- en herstelwet. Met deze wet wil het kabinet de gevolgen van de economische crisis voor de bouwsector enigszins verzachten. De verwachting is dat de wet vanaf 1 januari 2010 in werking zal treden. Het ministerie van VROM adviseert dan ook om gewoon bouwvergunningen te blijven verlenen op basis van vrijstellingen verleend onder het oude recht.
Bekijk hier de volledige uitspraak van de Voorzieningenrechter.
Contact: Frank Leyendeckers Advocaat T 030-2121671
|