Een noot van Marc van Zanten bij de uitspraak van de HR, 3 september 2010. De gegrondheid en omvang van de vordering van de beslaglegger zijn getoetst door de voorzieningenrechter, die de vordering heeft toegewezen. Met de aldus verkregen executoriale titel is het conservatoir derdenbeslag overgegaan in een executoriaal derdenbeslag. Het feit dat de (reconventionele) vordering in kort geding is ingesteld buiten de door de president bepaalde termijn van veertien dagen doet daaraan niet af nu vaststaat dat de beslaglegger wel binnen die termijn de bodemprocedure had ingesteld en diezelfde vordering in kort geding heeft ingesteld.
|