De staatssecretaris van Financiën heeft bij besluit het beleid van het ministerie met betrekking tot de aftrek van btw gebundeld en geactualiseerd. Dit besluit is door plaatsing in de Staatscourant vanaf 6 december jl. in werking getreden en ziet mede op de aftrek van btw bij (gedeeltelijke) leegstand van onroerende zaken.
Leegstand heeft met name gevolgen voor de aan de ondernemer in rekening gebrachte btw op aanschaffingskosten, verbeteringskosten en instandhoudingskosten (zoals schoonmaakkosten, verwarming en bewaking) van de betreffende onroerende zaken. Hierna wordt ingegaan op het beleid van de staatssecretaris ten aanzien van de aftrek van btw zowel na als voorafgaand aan de eerste ingebruikneming van onroerende zaken.
Leegstand ná eerste ingebruikneming
Aanschaffingskosten Leegstand wordt niet aangemerkt als fictief belast of vrijgesteld gebruik. Leegstand leidt hierdoor niet tot herziening van eerder in rekening gebrachte aanschaf-btw.
Verbeteringskosten De btw op kosten voor verbetering van onroerende zaken vindt in beginsel plaats op basis van de bestemming van de onroerende zaak na de verbetering. Op het moment van gebruik (dus na de leegstand) wordt de vooraftrek eventueel herzien.
Instandhoudingskosten Kosten voor instandhouding van de onroerende zaak worden tijdens leegstand direct verbruikt. De aftrek van btw op deze kosten wordt in beginsel vastgesteld conform de pro rata van de ondernemer in het jaar van de leegstand. Indien de aftrek van voorbelasting wordt berekend op basis van het werkelijk gebruik, blijft de leegstand buiten beschouwing.
Leegstand vóór eerste ingebruikneming
Aanschaffings- en verbeteringskosten Conform de bestemming van de onroerende zaak, heeft de ondernemer al dan niet recht op aftrek van voorbelasting op aanschaffings- en verbeteringskosten. Bij de eerste ingebruikneming wordt de aanschaf-btw, afhankelijk van het eerste gebruik, herzien.
Instandhoudingskosten Ook in dit geval is de btw op instandhoudingskosten aftrekbaar conform de pro rata van de ondernemer. Aangezien de eerste ingebruikneming nog niet heeft plaatsgevonden, kan voor de aftrek niet worden aangesloten bij het (latere) werkelijk gebruik van de onroerende zaak.
Onze visie
Wij menen dat het beleid van de staatssecretaris op het punt van instandhoudingskosten niet aansluit bij de fiscale jurisprudentie. Op grond van de fiscale jurisprudentie menen wij dat volledige aftrek van btw op instandhoudingskosten mogelijk is ingeval een ondernemer verwacht dat het pand na leegstand btw-belast gebruikt zal worden.
|